24.08.2017 | Ongeveer 3 minuten leestijd | Print dit artikel

Zo wordt spaargeld in Europa beschermd

Als je klant bent van een Europese bank wordt je spaargeld gegarandeerd tot (een equivalent van) €100.000 per bank overeenkomstig EU-Richtlijnen 2009/14/EG en 2014/49/EU. Hierbij wordt zowel het saldo op je (spaar)rekening alsmede opgebouwde maar nog niet uitbetaalde rente gegarandeerd. Verschillende maatregelen zoals bijdrages door deelnemende banken aan het nationale garantiefonds vooraf en nadat een bankfaillissement plaats heeft zorgen ervoor dat spaarders worden terugbetaald in geval van een bankfaillissement. Volgens de Europese Bankautoriteit is het waarborgen van deze terugbetaling een van de “primaire doelstellingen van de autoriteiten, de EU, en het wetgevingskader bij het aanpakken van bankfaillissementen.”

Hoe werkt een depositogarantiestelsel?

Om bij een bankfaillissement onmiddellijk operationeel te zijn, moet het depositogarantiefonds van elke EU-lidstaat tegen 2024 ten minste 0,8% van de respectieve beschermde deposito’s als reserve beschikbaar hebben. Om aan deze vereiste te voldoen, betalen banken regelmatig bijdragen aan hun nationale depositogarantiefonds.

Ingeval de beschikbare reserves ontoereikend zijn om de terugbetaling aan de spaarders in geval van een bankfaillissement te dekken, kan het depositogarantiestelsel buitengewone bijdragen van al zijn leden (d.w.z. de andere banken) opvragen om het tekort te dekken. Daarnaast moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun depositogarantiestelsels over voldoende financieringsalternatieven beschikken om spaarders terug te betalen. Dit kan betekenen dat lidstaten deze middelen tijdelijk moeten verstrekken – desgewenst zelfs door geld te lenen van andere EU-lidstaten. Depositogarantiestelsels kunnen de benodigde middelen ook lenen van een ander depositogarantiestelsel, een andere marktspeler of een andere financiële instelling.

Welke landen hebben de doelstelling van 0,8% al bereikt?

Ten tijde van schrijven hadden Estland, Noorwegen, Zweden, Kroatië, Portugal, Tsjechië, Polen en Bulgarije hun doelstelling om ten minste 0,8% van de respectieve deposito’s in reserve te hebben, bereikt of overschreden. Italië, Ierland en Oostenrijk daarentegen bereikten slechts een percentage van 0,1%. Spanje is op 0,2%, Duitsland en Frankrijk hebben 0,3% bereikt. Slowakije en Groot-Brittannië hebben het doel bijna bereikt – ze hebben 0,7% en 0,6%, respectievelijk.

Is een reserve-dekkingsgraad van 0,8% voldoende?

Het doel van elk depositogarantiestelsel is elke individuele spaarder die door het fonds wordt gedekt, te beschermen. Aangezien de kans op gelijktijdige grote bankfaillissementen uiterst klein is, is de dekkingsgraad zodanig gekozen dat deze voor de overgrote meerderheid van de scenario’s voldoende is en tegelijkertijd de uitstroom van liquiditeiten uit het financiële stelsel minimaliseert mocht zulke zeldzame gebeurtenis zich voordoen.

Wat betekent het wanneer een depositogarantiefonds nog niet 0,8% van gedekte deposito’s in reserve heeft?

Het feit dat een nationaal depositogarantiestelsel nog geen 0,8% van de respectieve deposito’s in reserve heeft, heeft geen onmiddellijke gevolgen voor spaarders: depositogarantiestelsels kunnen worden gerealiseerd door middel van alternatieve financiering. In het verleden is ook aangetoond dat supranationale instellingen zoals de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank bereid zijn bij te dragen aan directe en indirecte monetaire beleidsmaatregelen ter bescherming van spaarders. Niettemin dienen alle depositogarantiestelsel uiteindelijk te voldoen aan de 0,8% reserve en er kan niet afgeweken worden deze EU-vereiste.

Daarom stelt de Europese Bankautoriteit voor zorgvuldig in aanmerking te nemen hoe goed de respectieve depositogarantiestelsels zijn gefinancierd. Uiterlijk in 2024 moeten alle EU-lidstaten hun nationale depositogarantiestelsels uitrusten met reserves van ten minste 0,8% van de respectieve beschermde deposito’s.

 

Lees meer:

De veiligheid van je spaargeld

Zo werkt Raisin